Bij de boven- en onderoogleden kunnen in de loop der jaren een aantal afwijkingen ontstaan. Meestal worden deze veroorzaakt door een huidoverschot. Bij de bovenoogleden kan dit het zicht belemmeren. Bij de onderoogleden ontstaan vaak "wallen" onder de ogen, veroorzaakt door een uitstulping van vetweefsel. Ten onrechte worden deze afwijkingen in verband gebracht met een uitbundige levensstijl. Overtollige huid en vetuitstulpingen kunnen operatief worden gecorrigeerd.
Correctie van boven- en/of onderoogleden gebeurt doorgaans poliklinisch en wordt onder plaatselijke verdoving verricht.
Bij de bovenoogleden wordt de overtollige huid, gecombineerd met het onderliggende spier- en vetweefsel, verwijderd. Bij de onderoogleden wordt meestal de vetuitstulping aangepakt. De littekens komen bij de bovenoogleden in de plooi van het ooglid en zijn daarom nauwelijks zichtbaar. Bij de onderoogleden wordt de snede gemaakt direct onder de haargrens met een kleine uitbreiding naar de zijkant, of aan de binnenkant van het onderooglid (trans-congiuntivale techniek) zonder zichtbare littekens aan de buitenkant.
Correctie van de zogenaamde "kraaienpootjes" kunnen met de ooglidcorrectie niet gecorrigeerd worden. Hiervoor past men andere technieken toe, zoals inspuiten met Botox, of een Erbium-YAG laserbehandeling.
Gedurende de eerste week na de operatie zijn de oogleden doorgaans gezwollen en kan men last hebben van bloeduitstortingen. In deze periode is de patiënt minder toonbaar wat door het dragen van een donkere zonnebril gecamoufleerd kan worden. Na één week worden de hechtingen verwijderd.
Het resultaat van een ooglidcorrectie is meestal langdurig, maar verdere verslapping van het weefsel wordt er niet door gestopt. Het definitieve resultaat van de behandeling ziet men na ongeveer 6 weken.
Onderooglidcorrectie transconjunctivaal
Een speciale techniek, waarbij het litteken van de onderooglidcorrectie aan de binnenkant van het ooglid valt: niet zichtbaar aan de buitenkant.
Deze techniek van onderooglidcorrectie is met name geschikt voor:
-
Jonge mensen met wallen onder de ogen
patiënten waarbij geen overtollige huid aanwezig is
patiënten die last hebben van vorming van dikke littekens
Deze wallen geven een vermoeide en soms verouderde gelaatsuitdrukking.
De wallen onstaan door een zwakke plek in het tussenschot tussen het ooglid en het oogkasvet, waardoor dit oogbolvet naar buiten puilt. Dit ziet men regelmatig bij jonge mensen (vooral mannen), het is meestal een aangeboren afwijking. Bij anderen ontstaat het door veroudering, waardoor de elasticiteit van de huid met zijn onderlagen afneemt.
De techniek voor deze manier van onderooglidcorrectie werd voor het eerst in 1968 beschreven door Dr. P. Tessier, een van de leermeesters van Dr. Roddi, bij wie hij deze bijzondere techniek geleerd heeft.
Er wordt een klein sneetje gemaakt aan de binnenkant van het onderooglid. Het uitpuilende oogkasvet wordt verwijderd. Het tussenschot wordt met een oplosbaar draadje gehecht.
Er wordt aanbevolen eventuele contactlenzen gedurende twee weken niet te dragen.